Coast-to-Coast Australiƫ - blog 2

Hi guys, hier weer een kort berichtje uit Australië (blog 2)

  

Op een camping spraken we een Australiër die wat leuke mededelingen in petto had voor onze oversteek van de Nullarbor.

 

' Je zult zeker slangen zien,' wist hij bijvoorbeeld.

' En laatst hoorde ik dat een fietser achtervolgd werd door een kameel!'

' Echt waar joh?'  zei ik perplex.

' Ja joh, die grote bulls kunnen best agressief zijn, hahahaha'

' Lachen zeg,' zei ik besmuikt. 

' En dan het weer. Het weer trekt altijd van west naar oost, dus daar komt de wind vandaan.'

' Hoe bedoel je?' zei ik.

' Nou ja, zoals ik zeg.'

Tja. Ik begreep er geen bal van eerlijk gezegd.

Het gesprek ging nog verscheidene minuten door. Het werd steeds warriger. Op zeker moment gingen we maar ons weegs.

 

We gingen op pad. We fietsten over de Nullarbor.

Op de tweede dag namen we een binnenweggetje. Het liep bij een schapenboerderij die, zonder overdrijving, ongeveer de grootte had van de Randstad. Boven de weg trilde de lucht van de hitte. De hemel was als een oneindige koepel, een gigantische blauwe stolp. Op het geluid van onze knerpende banden na, was het stil. 

Na zo'n tien kilometer fietsen, zag ik in de verte een kudde schapen op de weg liggen. Toen we ze tot op zo'n twintig meter genaderd waren, stonden ze ineens allemaal tegelijk op, als door een onzichtbaar teken. Ze strekten hun achterpoten, knikten vervolgens hun voorpoten uit, en maakten zich - eerst schuchter en voorzichtig, maar al snel behoorlijk hard rennend - uit de voeten. Een hele rij wollige konten spurtte voor ons uit. 

Het schaap is een dier dat een verrassend geringe denkkracht combineert met belachelijk stakerige pootjes. Schapen in Australie doen niet veel anders dan met snelle rukjes het dorre gras uit de verschroeide grond trekken en het opeten, tot ze op zeker moment ineens gaan liggen herkauwen, als een stel kauwgum-kauwende pubermeisjes. Ze kijken daarbij, alsof ze regelmatig de meest geweldige uitvindingen doen. Ogenschijnlijk zijn ze rustig, maar als je met een fiets op ze af rijdt, reageren ze of je een handgranaat naar ze toe hebt gegooid. 

Grote stofwolken opwerpend, holde de kudde voor ons uit. Hoeven klepperden over de stenen. Het leek wel of ze steeds meer haast kregen. Geen moment kwam het in ze op om rechtsaf te slaan, kleine moeite tenslotte, naast ons lag de oneindige Nullarbor-vlakte: een stuk land van pak hem beet 6 miljoen vierkante kilometer. Zonder fietsers, zonder verkeer en zonder mensen in het algemeen. Geheel ter vrije besteding. Maar nee, ze draafden maar door, zoals alleen schapen dat kunnen, levend in hun eigen kleine schapenwereldje, hun wollige bodies totaal in paniek.

 

Na ruim een minuut 'achtervolging' stopten we maar even met fietsen, om de arme beesten de kans te geven definitief weg te vluchten. Maar zodra wij stopten, stopten zij ook. Dan bleven ze midden op de weg staan, ons intussen argwanend aankijkend. Een enkeling mekkerde nog wat. Als we weer opstapten en een stukje in hun richting fietsten, holden ze gelijk weer voor ons uit. In theorie zouden we op deze manier een blatende escorte voor ons uit hebben kunnen lopen, helemaal tot Sydney aan toe, waar de kudde dan bij het Opera House de haven in zou lopen en smartelijk zou verdrinken.

Maar hoe dit dan op te lossen? 

Langzaam trapten we verder en de schapen holden door over de onverharde weg. Ik wist geen oplossing.  

Wat gaat er in godsnaam om in het schaap? Ik wil niet flauw zijn, maar deze vraag begon zich onderhand vrij nadrukkelijk op te dringen. Ik bedoel, het is wel duidelijk dat het schaap de oliebol van de dierenwereld is, maar snappen ze dan echt helemaal niets? Als je nou eens met een speciale hersen-aftapper hun gedachten zou kunnen lezen hè? Maar waarschijnlijk zou dan blijken dat het oorverdovend stil is in de bovenkamer van het schaap. Een beetje alsof je het heelal afluistert, stel ik me voor.

Na weer een paar minuten hollen drong bij één van de dieren eindelijk het besef door, dat er op deze manier geen beginnen aan was, en dat ze toch liever niet helemaal naar Sydney wilden draven. Ineens maakte één schaap een scherpe bocht naar rechts, gleed onder invloed van de middelpuntvliedende kracht bijna uit maar herstelde zich, en rende de vlakte op. De rest van de groep volgde onmiddellijk. 

Eindelijk! We konden er langs! 

 

Langzaam, maar heel beslist, om geen nieuwe consternatie te veroorzaken, passeerden we de kudde.

Met zijn allen stonden de schapen ons totaal buiten adem aan te kijken. Tientallen koppies draaiden mee toen we hen passeerden. 

 

Aan het feit dat ik nu al meerdere alinea's over schapen schrijf, kun je wel afleiden wat een grappige en interessante dieren schapen eigenlijk zijn.

Je kunt er ook wel een beetje uit aflezen hoeveel vertier er verder nog is op de Nullarborvlakte.

Vertier was er overigens meer dan je zou denken. De zonsopgangen, gezien vanuit ons kleine kampementje, waren ongelofelijk mooi. De met ons meehippende kangoeroes, soms hipten ze wel een halve kilometer parallel met de weg met ons mee in de ochtendschemering, waren geweldig. Wind in de rug, 25 km/h, escorte van kangoeroes, dat vond ik nou eens leuke wild-spotting. We zagen ook dingo's. Ongelofelijk mooie dieren, wel afstand houden, ze zitten een beetje in tussen hond en wolf. Slangen vond ik minder leuk. Een paar dikke bruine slangen zijn voor onze banden weggekronkeld. Gelukkig ging alles goed. Ook waren er fabelachtig mooie uitzichtspunten aan de zuidkust van Australië. Ook passeerden we een dode kameel. Die had duidelijk geen zin meer in een achtervolging, zoals ons zo triomfantelijk was voorspeld. De afstanden waren intussen verschrikkelijk. Eenmaal fietsten we 191 km op 1 dag. Een record. Niet voor herhaling vatbaar. Bij het roadhouse prijkte een bordje: geen water i.v.m. droogte. Ehm, oké. Gelukkig bleek er voor gasten toch wel wat water te zijn.

Er is veel te vertellen over de Nullarbor oversteek. Misschien schrijf ik het nog eens op. Inmiddels zitten we in Ceduna. We gaan nu een weekje uitrusten. Alles is gelukt met de Nullarbor, maar het heeft veel gevraagd, en we fietsten zo nu en dan wel in het rood. Dus nu een weekje de toerist uithangen, met de auto naar Uluru en dan... weer verder op de fiets door het oneindige land. Liefst zonder schapen. En vliegen! Want over ontelbaar gesproken....

Vanuit Ceduna, Gijs en Aimee