Coast-to-Coast Australiƫ - blog 5
Blog 5: Locals, kangoeroes en pizza's.
 
Foto's bij het verhaal zie je hier:

foto1.jpg
 
  
foto2.jpgfoto3.jpgfoto4.jpgfoto5.jpgfoto6.jpg
 

Hi people,

 

Tijdje geleden dat ik wat geschreven heb, we hadden onze handen nogal vol aan de tocht...

 

Een raar aspect aan dit land, vind ik, is dat terwijl het steeds zo'n 28 - 33 graden is, mensen voortdurend tegen je zeggen dat het koel is voor "the time of year". Zelf vind ik 33 graden een prima temperatuur, daar niet van, zeker om te fietsen, maar het woord koel komt niet direct in me op. Ik denk dat Australiërs het gewoon leuk vinden om te pochen met het feit dat ze 45 graden warmpjes vinden, 33 graden koel en 20 graden (winter!) ijskoud. Ik laat ze maar. We spraken zelfs mensen die hier voor "de winter", of wat daar voor moet doorgaan (vergelijk het met een koele Hollandse zomer en je weet het wel zo'n beetje) VLUCHTEN naar het tropische noorden. Zo blijkt weer dat alles relatief is.

Vandaag stuur ik jullie 7 foto's en daar zeg ik dan wat bij. Hopelijk geeft het wat beeld van de tocht.

 

Op foto 1 zie je Aimée op een gravelroad. We hebben heel wat gereden op gravel de laatste tijd. Het zijn wegen met veel wasbord, en af en toe een passerende auto die jou in een stofgordijn achterlaat, waarna je een tijdje kuchend en proestend voortploetert. Wasbord is niet zo erg in een auto want je zoeft er overheen, maar op een fiets is het heel hinderlijk. Je rammelt de hele dag, daar komt het op neer. Er komt dan ook een moment, meestal na een paar uur in mijn geval, dat je eigenlijk alle avontuur terzijde wilt schuiven, en liefst verder wilt afzien van alle 'avontuurlijke wegen' en hitte en vliegen en gehijg, en dat je gewoon over comfortabel asfalt richting een motel wil zoeven, naar een airco-gekoelde kamer, met een douche, en dikke wollige lichtblauwe kingsize handdoeken. Dat moment komt in het leven van elke Australië-fietser denk ik. Ik kom hier zo op terug, eerst nog even 100 km fietsen over wasbord.

 

Op foto 2 en 3 zie je de beloning voor alle inspanningen - een wildkampeerplaats met uitzicht over de Murray-river. Zwemmen was er helaas niet bij. Niet vanwege krokodil-gevaar, maar omdat de oever een steile 4 meter hoog was. In het water springen zou nog gaan, het zou zijn alsof je van de hoge duikplank in de rivier dook. Gesteld dat je geen dwarslaesie hebt opgelopen zou je terug kunnen zwemmen naar de oever om je satelliet-telefoon te pakken (iphones werken allang niet meer in deze gebieden) en de brandweer te bellen die je met een lier uit het water zouden moeten trekken. 

Daar kozen we niet voor. Geen zwempartij dus voor ons, maar een kattenwasje uit de watervoorraad van 10 liter. 10 liter voor koken, tandenpoetsen, thee, koffie, volle bidons voor de volgende dag - enfin u begrijpt - riant is anders.

Foto 4 en 5: De kangoeroes aan de overkant van de rivier die 's avonds kwamen drinken waren wel geweldig. Zij konden, aan die kant, wel bij het water. Het was zo romantisch, met die stilte, in het avondlicht, die lieve dieren, dat het gewoon pijn deed. In de wijde omtrek was helemaal niemand, daar aan het Lake Victoria. Ik voelde me er heel gelukkig.

 

Foto 6: de volgende dag stuitten we, onderweg op de gravelroad richting Wentworth, op een man in een pick-up. Hij vertelde allerlei grote verhalen, en ik meen zelfs vrij zeker te weten dat hij Engels tegen ons sprak. Door op de juiste momenten te knikken, hummen en glimlachen - vaak was het op de gok - ging het 'gesprek' nog vrij lang door. Toen ik hem mijn visitekaartje gaf om hem de mond te snoeren en indruk te maken, zei hij dat niet kon lezen of schrijven. Maar ook aan analfabetici heb ik gedacht, op de achterkant van mijn kaartje staat een routeplaat met ingetekende route, en dat had het gewenste, indrukmakende effect. Niet veel later fietsten we weer verder in een bloedhete wind, het was 37 graden die dag. In Wentworth checkten we in, in een inderdaad airco-gekoeld motel met de zo begeerde douche en handdoeken.

 

's Avonds fietsen we naar het dorp om pizza's te halen. Dat hadden we één keer eerder gedaan deze reis, 4 weken geleden, en daarbij hadden we een soort trauma opgelopen. Dat was in Ceduna. We wilden onszelf destijds trakteren na onze succesvolle doorsteek van de heroisch-oneindige Nullarborvlakte. We vervoegden ons daarom, in nogal feestelijke stemming, bij "Bill's Pizza and Pasta" in Ceduna, South Australia. Omdat etensporties hier altijd erg groot zijn, kozen we heel bescheiden voor een "Small" pizza. Helaas bleek Bill de enige Australiër bij wie Small ook echt Small was. Hij presenteerde ons na lang wachten 2 pizza's ter grootte van een ontbijtbordje. Toen we ze op hadden, zo'n 12 seconden later, hadden we eerder meer dan minder trek; het was alsof je een honger-stimulerende amuse ophad. Daarom bestelden we deze keer in Wentworth, met een ruim gebaar 2 "Large" pizza's. We sloegen een beetje door naar de andere kant zeg maar, zoals dat zo vaak gaat.

Twintig minuten later kwam er een kok de keuken uit met een tevreden grijns op zijn meel-bestofte gezicht, en overhandigde ons 2 pizza's ter grootte van wagenwielen. Eten kon niet ter plekke, dus we moesten terug naar het motel. Op de weg terug moesten we weer door de hete storm, die we deze keer pal tegen hadden. Het leek wel alsof je zelf ook in een hetelucht-oven fietste. Het was nog een hele toer om de enorme dozen horizontaal voor je te houden, terwijl de wind eronder wilde slaan, zodat de pizza verticaal in je gezicht zou klappen, terwijl in de dozen de pizza-smurrie met lange kaasdraden naar de bodem zou zakken. Wat is het leven toch vaak een oneindig en onnozel getob!

Enfin, het liep goed af gelukkig. We hebben 3 dagen pizza gegeten natuurlijk, maar dat was niet zo erg want ze waren verrukkelijk.

 

Nu zitten we in Cootamundra. Hedenmorgen ben ik naar herenkapper geweest. De kapper was zo'n getatoeerd figuur met een lange baard, die mij een vooruitstrevende 'gentleman's cut' gaf. Zelf schrok ik behoorlijk van het tafereel dat zich in de spiegel afspeelde, maar Aimée vond het 'geweldig', dus daar houd ik me dan maar aan vast! 

 

Vanuit Cootamundra, fris-modern en te kek gekapt, maar fysiek in topvorm,

Gijs en Aimée 
 
****